Begroting 2018 - Septemberverklaring - budgettair luik

Vlaanderen tekent voor het begrotingsjaar 2018 een structureel gezonde begroting op. Na 2017, wordt ook in de begroting 2018 de evenwichtsdoelstelling bereikt die de Vlaamse Regering zich aan de start van de legislatuur had opgelegd.

Wat is er beslist?

Welbeschouwd beschikt de Vlaamse Regering voor 2018 over een budget van 395 miljoen euro dat ze kan besteden aan nieuw beleid. De Vlaamse Regering heeft in haar Septemberverklaring verklaard deze ‘netto beleidsruimte’ aan volgende zaken te willen besteden:

  • 21 miljoen euro aan betalingen wordt voorzien in 2018 om de investeringsdoelstelling van 1,5 miljard euro die in het Regeerakkoord werd beslist, te bereiken tegen het einde van de legislatuur;
  • 374 miljoen euro wordt uitgetrokken voor nieuwe initiatieven en het aanleggen van een buffer.
    • Een groot deel van de middelen gaat naar het welzijnsbeleid, onder andere voor kinderopvang, jeugdhulp en een uitbreiding van de middelen voor personen met een handicap
    • 31 miljoen euro zal stromen naar het landbouwrampenfonds dat landbouwers vergoedt voor de schade geleden na de droogte en vorst in het voorjaar van 2017
    • In 2018 zal de Regering voor 15 miljoen extra investeringen doen in  verkeersveiligheid en dit bovenop de ontvangsten in het verkeersveiligheidsfonds voor 2018
    • Om de toegankelijkheid van de overheid naar de burger te vergoten wordt 10 miljoen euro geïnvesteerd in onder andere de verdere ontwikkeling van het burgerloket
    • Ook voor de schadevergoedingen n.a.v. superstorm Dieter, die in januari over de kust trok, wordt 10 miljoen euro uitgetrokken
    • 12,1 miljoen euro wordt voorzien voor allerhande projecten binnen het Vlaamse onderwijs zoals traumabegeleiding, preventie inzake radicalisering en verdere ondersteuning van het M-decreet.

Daarnaast kan ook 73 miljoen euro aan ontvangsten uit de vernieuwde energieheffing worden besteed aan de opkoop van extra groenestroomcertificaten en het geven van investeringssteun aan kleine windmolens en batterijtechnologie.

Via alternatieve financiering wordt ruimte gemaakt voor beloftevolle vernieuwende industriële ondernemingen, randparkings, scholenbouw en sociale woningen.

Hoe komt de Vlaamse Regering aan deze netto beleidsruimte?

Bij de voorbereiding van de begroting 2018 raamt de Vlaamse Regering hoeveel meer of minder ontvangsten en uitgaven er in 2018 zouden zijn indien er geen bijkomende maatregelen of nieuwe initiatieven genomen worden.

In 2018 dalen de ontvangsten en stijgen de uitgaven. De ontvangsten vertonen een daling van 292 miljoen euro als het gevolg van een afrekening van de middelen die de Vlaamse Gemeenschap ontvangt van de federale overheid voor de overdracht van bevoegdheden in het kader van de zesde staatshervorming. Daarnaast dalen ook de ontvangsten als gevolg van de energieheffing.

Langs uitgavenkant zijn er voor 535 miljoen euro meer uitgaven bij constant beleid. Reden voor deze stijging zijn de kosten voor de inkanteling van de provincies en de groei van het steden - en gemeentefonds.

Gecombineerd met een technische correctie (onder andere een aangepaste raming van  onderbenutting) van 6 miljoen euro, geeft dit een tekort van 821 miljoen euro.

Dit tekort wordt echter nog beïnvloed door 4 specifieke factoren waarvoor de Vlaamse Regering corrigeert. In eerste instantie is er een eenmalige inhouding van de federale overheid van 1.005 miljoen euro in het kader van de zesde staatshervorming. In overeenstemming met het advies van de Hoge Raad van Financiën mag Vlaanderen hiervan abstractie maken. Daarnaast zijn er een aantal uitgaven die de Vlaamse Regering niet meeneemt voor de berekening van de evenwichtsdoelstelling, onder meer de uitgaven voor de Oosterweelverbinding voor een bedrag van 76,4 miljoen euro. Daarnaast worden ook de schuldovername van de vrijwillige Vlaamse fusiegemeenten (96,7 miljoen) en de historische factuur van ziekenhuizen die werden geregionaliseerd (40 miljoen) niet meegenomen. Na deze correcties is er geen tekort van 821 miljoen euro, maar een overschot van iets meer dan 395 miljoen euro dat kan aangewend worden voor nieuw beleid (zie hoger).