Begroting 2017 - Geraamde uitgaven - Toegelicht

De Vlaamse Gemeenschap heeft voor het begrotingsjaar 2017 een begroting in evenwicht.

De uitgaven van de Vlaamse Gemeenschap bedragen 43,3 miljard euro. Het zijn de uitgaven zowel van de Vlaamse ministeries als van de Vlaamse rechtspersonen. De ministeries nemen 28,1 miljard voor hun rekening en de Vlaamse rechtspersonen hebben uitgaven ter hoogte van 15,2 miljard.

Invulling netto beleidsruimte

Zowel bij begrotingsopmaak als bij begrotingsaanpassing 2017 was er na de inschatting van de ontvangsten en uitgaven bij constant beleid en met respect voor het uitgangspunt van een evenwichtsbegroting nog een netto beleidsruimte van respectievelijk 62 miljoen en 189 miljoen. Deze werd bij begrotingsopmaak ingevuld met de financiering van afspraken uit het Regeerakkoord en voor nieuwe beleidsinitiatieven zoals onder andere bijkomende middelen voor het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH), middelen voor onderzoek en ontwikkeling binnen de bedrijfswereld, de financiering van grote infrastructuurwerken binnen het domein mobiliteit en een extra investeringsimpuls naar aanleiding van de opstart van de kilometerheffing. Bij begrotingsaanpassing worden de ontvangsten geraamd bijna 500 miljoen euro hoger te liggen dan ingeschat werd bij de begrotingsopmaak. De geplande uitgaven worden eveneens hoger ingeschat maar in mindere mate dan de ontvangsten, wat de vrijgekomen beleidsruimte verklaart. Het vrijgekomen budget zal geïnvesteerd worden in nieuw beleid waaronder het wegwerken van asbest in scholen, het stimuleren van hernieuwbare energie en investeringen in beschutte en sociale werkplaatsen. Er wordt ook een buffer aangelegd voor het opvangen van mogelijke tegenvallers.

Onderwijs en Vorming

De beleidsdomeinen Onderwijs en Vorming enerzijds en Welzijn, Volksgezondheid en Gezin anderzijds zijn met voorsprong de twee grootste uitgaveposten van de Vlaamse Gemeenschap.

Onderwijs en Vorming is goed voor 12,9 miljard euro. 7,8 miljard wordt besteed aan de inrichting van het kleuter- en leerplichtonderwijs. 3,2 miljard gaat naar de organisatie van het universitair en hoger onderwijs. De ontvangsten en uitgaven van de universiteiten en hogescholen worden ingevolge hun opname in de consolidatiekring vanaf 2017 voor het eerst volledig opgenomen binnen het beleidsdomein onderwijs, waardoor dit beleidsdomein een grote budgettaire toename kent. Daarnaast gaat er een belangrijk bedrag naar het deeltijds kunstenonderwijs en de ondersteunende diensten zoals de CLB’s en de inspectie. De kost van alle onderwijsvormen wordt voornamelijk bepaald door de lonen van de leerkrachten.

In 2017 wil de Vlaamse Regering via het volwassenenonderwijs extra investeren in de taalvaardigheid van het Nederlands van vluchtelingen en op die manier de gevolgen van de asilecrisis verzachten. Op het vlak van scholenbouw wordt een tandje bijgestoken door het investeringsbudget voor het nieuwe PPS-programma met de helft op te trekken. Ook het bedrijfsleven krijgt een duwtje in de rug via extra middelen voor onderzoek.

Bij de begrotingsaanpassing werden bijkomende steunmiddelen voorzien om de werking van het M-decreet te verbeteren. De Vlaamse universiteiten en hogescholen, alsook de scholenkoepels krijgen bovendien bijkomende middelen vanuit het klimaatfonds voor het installeren van zonnepanelen en het investeren in energiezuinige maatregelen. Deze middelen komen bovenop de reeds toegezegde capaciteitsmiddelen voor infrastructuur in het onderwijs.

Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Sinds de zesde staatshervorming heeft de Vlaamse Gemeenschap nieuwe bevoegdheden binnen het domein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) en daarmee werd dit beleidsdomein de tweede belangrijkste uitgavenpost met 11,6  miljard euro. Het budget voor WVG wordt specifiek aangewend voor de uitbetaling van de gezinsbijslag, het thuis- en ouderenzorgbeleid en de zorg voor personen met een handicap. De focus van het welzijnsbeleid ligt in 2017 uitdrukkelijk op de verdere uitrol van de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en op de kinderopvang en jeugdhulp. Bij de begrotingsaanpassing werd er meer budget voorzien voor het fonds jongerenwelzijn, voor de mantel- en thuiszorg en voor mobliteitshulpmiddelen.