De invloed van de ESR 2010-regelgeving op de directe schuld

De ESR 2010-regelgeving van het Instituut voor de Nationale Rekeningen en Eurostat heeft er voor gezorgd dat de consolidatieperimeter van de Vlaamse Gemeenschap aangepast werd vanaf september 2014. De rekeningen, het budget en de schuld van verschillende instituten of alternatieve financieringsschema’s moeten sindsdien geconsolideerd worden met de Vlaamse Gemeenschap m.a.w. ze worden meegeteld met de rekeningen, het budget en schuld van de Vlaamse Gemeenschap terwijl dit vroeger niet zo was. Dit is o.a. zo voor DBFM Scholen van Morgen, Sociale huisvesting en het Vlaamse Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA).

Een logisch gevolg hiervan is dat de Vlaamse Gemeenschap besliste om voor die instellingen over te stappen naar directe financiering door de Vlaamse Gemeenschap ten voordele van die instellingen i.p.v. te werken met waarborgen. In het verleden leenden die instellingen immers zelf met de Vlaamse Gemeenschap als waarborgverstrekker (=gewaarborgde schuld). Alhoewel de Vlaamse Gemeenschap zich garant stelde voor die leningen, en er dus geen enkel risico aan die leningen verbonden was voor de financiële instellingen, konden die instellingen niet steeds tegen de meest gunstige voorwaarden lenen. Doordat de Vlaamse Gemeenschap, die een uitstekende rating heeft, nu zelf naar de financiële markt gaat en leent ten voordele van die openbare instellingen, worden er betere voorwaarden bekomen.

Deze switch van gewaarborgde schuld naar directe schuld genereert voordelen voor zowel de Vlaamse Gemeenschap als voor de openbare instellingen. De openbare instellingen kunnen lenen tegen betere voorwaarden en de leningskost die de Vlaamse Gemeenschap moet meerekenen naar aanleiding van de ESR 2010 regelgeving is lager dan wanneer de instellingen zelf de markt opgaan.