Meerjarenraming 2019-2024 - Toegelicht

De meerjarenraming 2019-2024 (MJR) werd op 16 november 2018 goedgekeurd door de Vlaamse Regering en neergelegd in het Vlaams Parlement. Deze MJR bouwt voort op de begrotingsopmaak 2019 en plaatst de genomen beleidskeuzes in een meerjarig perspectief.

De evoluties van de ontvangsten, de uitgaven, en de correcties worden in grote lijnen geraamd, waardoor de beleidsruimte waarover de Vlaamse Regering tot en met 2024 zal kunnen beschikken duidelijk wordt. Ook de evolutie van de Vlaamse schulden wordt onder de loep genomen. Er wordt voor dit alles uitgegaan van zogenaamd constant beleid, d.w.z. dat de huidige regelgeving in de toekomst onveranderd wordt doorgezet.

De ontvangsten stijgen tussen 2019 en 2024 met 5,5 miljard euro. Dit is voornamelijk dankzij de toename van de gemeenschapsmiddelen die Vlaanderen ontvangt vanuit de Federale overheid op basis van de Bijzondere Financieringswet (+3,3 miljard euro), alsook de opcentiemen op de personenbelasting (+0,8 miljard euro) en de gewestbelastingen (+1 miljard euro). Het merendeel van deze toenames zijn gelinkt aan de verwachte economische groei en inflatie.

De uitgaven stijgen met 5,2 miljard euro tegen 2024. Dit is voor iets meer dan de helft te wijten aan de indexatie van de huidige kredieten, die zorgt voor een natuurlijke toename van de uitgaven met 2,5 miljard euro. Daarnaast zijn er een aantal belangrijke kostendrijvers die de uitgaven de komende jaren doen toenemen, waaronder de lonen van het onderwijzend personeel (+0,5 miljard euro), de ondersteuning van de woonzorgcentra (+0,2 miljard euro), de dienstencheques (+0,3 miljard euro), de werken voor de Oosterweelverbinding (+0,6 miljard euro) en de jaarlijkse groei van het Steden- en Gemeentefonds (+0,5 miljard euro).

Om tot het vorderingensaldo te komen (lijn 1 van de tabel) wordt het verschil tussen de ontvangsten en de uitgaven nog bijgesteld met de onderbenutting en de gangbare ESR-correcties.

Om na te gaan in welke mate de Vlaamse begrotingsdoelstelling gerealiseerd kan worden, dient op het vorderingensaldo een correctie toegepast te worden omtrent de Oosterweelverbinding. De uitgaven voor dit project moeten geneutraliseerd worden. Deze verwachte uitgaven in het kader van de Oosterweelverbinding zullen tegen 2024 met 0,6 miljard euro toenemen en buiten de begrotingsdoelstelling gehouden worden.

Alles samen zorgt dit voor een positief saldo (gecorrigeerd voor begrotingsdoelstelling) dat tegen 2024 ongeveer 0,5 miljard euro zal bedragen. Uit de meerjarenraming blijkt nu duidelijk dat het overschot op het beoogde evenwicht vanaf 2021 opnieuw zal worden bereikt. Het vorderingensaldo zal nadien blijven stijgen, zodat er ruimte wordt gecreëerd voor nieuw beleid, extra investeringen, schuldaflossing, etc

(in duizend euro)

BO 2019

BA 2019

BO 2020

MJR 2021

MJR 2022

MJR 2023

MJR 2024

Vorderingensaldo (1)

-132.895

81.252

-624.785

-180.142

-384.536

-456.485

-113.286

Oosterweel (2)

134.813

72.915

191.897

260.114

390.084

590.151

607.490

Saldo na correcties voor aftoetsing begrotingsdoelstelling (3 = 1 + 2)

1.918

154.167

-432.888

79.972

5.548

133.666

494.204