Energie-efficiëntie in een DBFM-model

Op papier resulteert de DBFM-formule in efficiëntiewinsten en levenscyclusoptimalisaties, maar in de praktijk blijkt het soms lastig om in te spelen op de omgevingsdynamiek: een klassiek DBFM definieert immers op voorhand een strak kader waarbinnen een project moet worden uitgevoerd.

De moeilijkheid bij een klassieke DBFM-constructie is het waarborgen van de energie-efficiëntie en ervoor zorgen dat dit geen statisch gegeven wordt doorheen de looptijd van het contract.

Het doel van deze studie is om een mechanisme uit werken dat de energie-efficiëntie bij een DBFM-opdracht kan waarborgen. Mechanismes om energie-efficiëntie te garanderen kunnen in een DBFM-procedure op drie plaatsen inwerken: in de gunningsleidraad, de outputspecificaties en het eigenlijke DBFM-contract. Het doel hierbij is de juiste economische incentives te vinden om de private partner blijvend te prikkelen doorheen de volledige contractduur om zo tot een zo energie-efficiënt mogelijk gebouw of infrastructuur te komen en dit over de gehele levensduur.

In deze studie wordt onder meer beschreven wat de mogelijkheden zijn om energieprestatie-eisen in een DBFM-bestek op te nemen zodat het feitelijke energieverbruik tot een minimum beperkt wordt. De studie bespreekt de mechanismes die vandaag reeds gebruikt worden en gaat in op de voor- en nadelen ervan.

Belangrijk is dat de DBFM-aanpak, met integratie van energie-efficiëntie, die in deze studie naar voor wordt geschoven gericht is op het behoud van het ESR-neutrale karakter van het DBFM-contract.