Meerjarenraming 2020-2025 – Toegelicht

De meerjarenraming 2020-2025 (MJR) bouwt voort op de begrotingsopmaak 2021 en plaatst de genomen beleidskeuzes in een meerjarig perspectief.

De evoluties van de ontvangsten, de uitgaven, en de correcties worden in grote lijnen geraamd, waardoor de beleidsruimte waarover de Vlaamse Regering tot en met 2025 zal kunnen beschikken duidelijk wordt. Ook de evolutie van de Vlaamse schulden wordt onder de loep genomen. Er wordt voor dit alles uitgegaan van zogenaamd constant beleid, d.w.z. dat de huidige regelgeving in de toekomst onveranderd wordt doorgezet. Natuurlijk zijn er wel enkele tijdelijke effecten zichtbaar omwille van de heersende coronapandemie.

De ontvangsten stijgen tussen 2020 en 2025 met 7,9 miljard euro. Dit is voornamelijk dankzij de toename van de gemeenschapsmiddelen die Vlaanderen ontvangt vanuit de Federale overheid op basis van de Bijzondere Financieringswet (+5,1 miljard euro), alsook de opcentiemen op de personenbelasting (+1,4 miljard euro) en de gewestbelastingen (+1,3 miljard euro). Het merendeel van deze toenames zijn gelinkt aan de verwachte economische groei en inflatie.

De uitgaven stijgen met 3,5 miljard euro tussen 2020 en 2025 indien we voor 2020 rekening houden met de 3 miljard euro aan kredieten voorzien op de provisie ter beheersing van de coronaprovisie. Wanneer geen rekening wordt gehouden met de coronaprovisie voorzien in 2020, nemen de uitgaven toe met 6,5 miljard euro. Dit is hoofdzakelijk te wijten aan de indexatie van de huidige kredieten, die zorgt voor een natuurlijke toename van de uitgaven met 1,8 miljard euro. Daarnaast zijn er een aantal belangrijke kostendrijvers die de uitgaven de komende jaren doen toenemen, waaronder de lonen van het onderwijzend personeel (+0,6 miljard euro), de financiering van de lokale besturen (+0,4 miljard euro) en de uitgaven voor het Groeipakket (+0,3 miljard euro). In 2021 wordt een provisie ter beheersing van de coronacrisis ingeschreven ten belope van 0,3 miljard euro. De relanceprovisie ter financiering van het relanceplan Vlaamse Veerkracht wordt in 2021 ingeschreven voor 4,3 miljard euro, maar buiten de begrotingsdoelstelling gehouden.

Om tot het vorderingensaldo te komen (lijn 1 van de tabel) wordt het verschil tussen de ontvangsten en de uitgaven nog bijgesteld met de onderbenutting en de gangbare ESR-correcties.

Om na te gaan in welke mate de Vlaamse begrotingsdoelstelling gerealiseerd kan worden, dient op het vorderingensaldo een correctie toegepast te worden omtrent de Oosterweelverbinding. De uitgaven voor dit project moeten geneutraliseerd worden. Deze verwachte uitgaven in het kader van de Oosterweelverbinding zullen tegen 2025 met 0,3 miljard euro toenemen en buiten de begrotingsdoelstelling gehouden worden.

Alles samen zorgt dit, bij constant beleid, voor een negatief saldo (gecorrigeerd voor begrotingsdoelstelling) dat tegen 2025 ongeveer -1,4 miljard euro zal bedragen. Naast bovenvermelde evoluties is in het regeerakkoord ook een resem aan nieuwe beleidsimpulsen voorzien. Indien deze mee in rekening worden gebracht bedraagt het negatief saldi van 2025 ongeveer -2,1 miljard euro.

De negatieve begrotingssaldi van de komende jaren, aangevuld met de bijkomende uitgaven van 4,3 miljard euro voor het relanceplan Vlaamse Veerkracht, hebben ook een grote impact op de geconsolideerde schuld van de Vlaamse Overheid. Deze stijgt bij ongewijzigd beleid van 32,1 miljard euro in 2020 tot 55,2 miljard euro in 2025.

 

in duizend euro 1BA 2020 2BA 2020 BO 2021 MJR 2022 MJR 2023 MJR 2024 MJR 2025
Vorderingensaldo (1) -4.504.696 -6.427.023 -2.486.081 -2.547.520 -2.171.003 -2.094.329 -1.886.804
Oosterweel (2) 101.680 101.680 146.086 258.278 290.650 383.000 444.000
Saldo na correcties aftoetsing begrotings-doelstelling (3 =1+2) -4.403.016 -6.325.343 -2.339.995 -2.289.242 -1.880.353 -1.711.329 -1.442.804

 

Lees meer
//