Meerjarenraming 2021-2026 – Toegelicht

De meerjarenraming 2021-2026 (MJR) bouwt voort op de begrotingsopmaak 2022 en plaatst de genomen beleidskeuzes in een meerjarig perspectief.

De evoluties van de ontvangsten, de uitgaven, en de correcties worden in grote lijnen geraamd, waardoor de beleidsruimte waarover de Vlaamse Regering tot en met 2026 zal kunnen beschikken duidelijk wordt. Ook de evolutie van de Vlaamse schulden wordt onder de loep genomen. Er wordt voor dit alles uitgegaan van zogenaamd constant beleid, d.w.z. dat de huidige regelgeving in de toekomst onveranderd wordt doorgezet. Er zijn wel nog steeds enkele tijdelijke effecten zichtbaar omwille van de coronapandemie.

De ontvangsten nemen tegen 2026 toe met 4,3 miljard euro ten opzichte van BO 2022. Deze toename volgt voornamelijk uit:

  • de toename van de gemeenschapsmiddelen die Vlaanderen ontvangt vanuit de Federale overheid op basis van de Bijzondere Financieringswet (+2,4 miljard euro);
  • de opcentiemen op de personenbelasting (+1,3 miljard euro);
  • de gewestbelastingen (+0,9 miljard euro);
  • de verwachte Europese ontvangsten in het kader van het Relanceplan die bij BO 2022 0,8 miljard euro bedragen en over de beschouwde periode geleidelijk aan afbouwen (tot minder dan 0,1 miljard in 2026).

Het merendeel van deze toenames zijn gelinkt aan de verwachte economische groei en inflatie. De ontvangsten in het kader van het relanceplan zijn hierop een grote uitzondering. Abstractie makend van het relanceplan nemen de ontvangsten toe met 5,1 miljard euro.

De uitgaven stijgen met 2,8 miljard euro tussen 2022 en 2026. Ook langs uitgavenzijde is er een belangrijke impact ten gevolge van het Vlaamse Relanceplan, waarvoor de uitgaven bij BO 2022 worden geraamd op 1,6 miljard euro welke tegen 2026 dalen tot 0,1 miljard euro. Abstractie makend van het relanceplan nemen de uitgaven bij constant beleid over de beschouwde periode toe met 4,3 miljard euro.

Dit is hoofdzakelijk te wijten aan de indexatie van de huidige kredieten, die zorgt voor een natuurlijke toename van de uitgaven met 2,1 miljard euro vereffeningskredieten. Daarnaast zijn er een aantal belangrijke kostendrijvers die de uitgaven de komende jaren doen toenemen, waaronder:

  • de responsabiliseringsbijdrage (+0,3 miljard euro);
  • de rentekredieten (+0,3 miljard euro);
  • de uitgaven voor het Groeipakket (+0,4 miljard euro);
  • de uitgaven voor het Gemeentefonds (0,5 miljard euro);
  • de lonen van het onderwijzend personeel (0,4 miljard euro).

Om tot het vorderingensaldo te komen (lijn 1 van de tabel) wordt het verschil tussen de ontvangsten en de uitgaven nog bijgesteld met de onderbenutting en de gangbare ESR-correcties.

Om na te gaan in welke mate de Vlaamse begrotingsdoelstelling gerealiseerd kan worden, dient op het vorderingensaldo een correctie toegepast te worden omtrent de Oosterweelverbinding. De uitgaven voor dit project moeten geneutraliseerd worden. Deze verwachte uitgaven in het kader van de Oosterweelverbinding zullen tegen 2026 met 0,2 miljard euro toenemen ten opzichte van BO 2022 en buiten de begrotingsdoelstelling gehouden worden. Daarnaast wordt het vorderingensaldo gecorrigeerd met de voornoemde ontvangsten en uitgaven in kader van het relanceplan Vlaamse Veerkracht. Deze nemen respectievelijk af met 0,8 miljard euro en 1,5 miljard euro.

Alles samen zorgt dit, bij constant beleid, voor een negatief saldo (gecorrigeerd voor begrotingsdoelstelling) dat tegen 2026 ongeveer -0,4 miljard euro zal bedragen. Naast bovenvermelde evoluties is in het regeerakkoord ook een resem aan nieuwe beleidsimpulsen voorzien. Indien deze mee in rekening worden gebracht bedraagt het negatief saldi van 2026 ongeveer -1,2 miljard euro. Bij het begrotingsconclaaf BO 2022 werden echter bijkomende maatregelen genomen om het begrotingstekort te beperken. Ingevolge deze maatregelen zakt het verwachte tekort 2026 opnieuw naar 0,4 miljard euro.

De geconsolideerde schuld van de Vlaamse overheid stijgt bij ongewijzigd beleid van 41,2 miljard euro in 2022 tot 53,5 miljard euro in 2026. Dit is het gevolg van:

  • de geraamde begrotingstekorten incl. de bouwkost voor Oosterweel (+3,6 miljard euro);
  • de rechtstreekse financieringen van VMSW en VWF in de sociale huisvestingssector, Lantis en School Invest (+7,1 miljard euro);
  • de verwachte ESR-8 uitgaven (+1,0 miljard euro);
  • de verwachte kastontvangsten en -uitgaven in kader van het relanceplan Vlaamse Veerkracht (+0,9 miljard euro).

 

in duizend euro BA 2021 BO 2022 MJR 2023 MJR 2024 MJR 2025 MJR 2026
Vorderingensaldo (1) -5.295.088 -2.570.880 -2.514.606 -2.069.657 -1.485.124 -928.971
Oosterweel (2) 146.086 246.944 389.686 454.038 466.500 425.275
Ontvangsten relanceplan Vlaamse Veerkracht (3) -1.048.837 -839.070 -634.640 -373.980 -112.060 -64.800
Uitgaven relanceplan Vlaamse Veerkracht (4) 2.000.000 1.600.000 1.210.178 713.133 213.684 123.565
Saldo na correcties (5 = 1 + 2 + 3 + 4) -4.197.839 -1.563.006 -1.549.381 -1.276.467 -917.000 -444.931

 

//