Projecten

Vlaanderens Sustainability Bond Framework bevat 4 categorieën die met de opgehaalde middelen kunnen gefinancierd worden.

  1. Energie efficiëntie in gebouwen
  2. Betaalbaar wonen
  3. Toegang tot onderwijs
  4. Preventie en bestrijding van verontreiniging (inclusief circulaire economie)

De vier categorieën genereren zowel milieu- als sociale voordelen.

Opgemerkt moet worden dat de focus van de ene categorie naar de andere kan verschuiven tussen de verschillende obligatie uitgiftes.

 

Omhoog
Energie efficiëntie in gebouwen

Uitgaven met betrekking tot energie-efficiëntie in gebouwen die in aanmerking komen zijn:

  • de Vlaamse uitgaven voor energieleningen
  • de uitgaven mbt een nog op te richten fonds die steun zal toekennen voor energetische renovatieprojecten van noodkoopwoningen

Een energielening kan gebruikt worden om bestaande woningen energie efficiënter te maken en nieuwbouw woningen te voorzien van de meest energie – efficiënte technieken. Tot eind 2018 kon iedereen genieten van deze lening maar de kwetsbare huishoudens met een laag inkomen hadden voorrang.  Vanaf 2019 geldt de energielening enkel nog voor kwetsbare huishoudens en niet-commerciële rechtspersonen en coöperatieve vennootschappen.

In het Ontwerp van het Vlaams Energieplan voor de periode 2021-2030 wordt de oprichting van een zogenaamd rollend fonds voor noodkoopwoningen besproken. Het doel van dit fonds is om kwetsbare huishoudens die deels uit noodzaak een kwalitatief minderwaardige woning aangekocht hebben, zonder de mogelijkheid er financiële middelen in te investeren om de woning op een goed kwaliteitsniveau te brengen, te helpen bij de energetische renovatie. Het energiezuiniger maken van woningen draagt bij tot het verminderen van de energie consumptie en heeft bijgevolg een positief effect op het maandelijks inkomen. Daarnaast moet de financiële steun pas terugbetaald worden bij verkoop van de woning of bij het wegschenken ervan. Dit zorgt ervoor dat er geen impact is op het maandelijks inkomen. Het fonds zorgt dus niet alleen voor energie efficiëntie maar bestrijdt eveneens energiearmoede.

Betaalbaar wonen

De twee belangrijkste actoren in de Vlaamse sociale huisvestingssector zijn de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) en het Vlaams Woningfonds (VWF). De rol van deze twee agentschappen werd vastgelegd in de Vlaamse wooncode (decreet van 15 juli 1997).

VMSW geeft sociale hypothecaire leningen voor bepaalde aankopen en renovaties aan particulieren met beperkte middelen. Ze bieden ook gesubsidieerde financiering en marktleningen met compensatie aan deze lokale woonactoren zoals sociale huisvestingsmaatschappijen, gemeenten, enz. Tenslotte werkt VMSW als een financieel coördinatiecentrum voor de 100 huisvestingsmaatschappijen. De sociale huisvestingsmaatschappijen staan in voor de bouw en renovatie van woningen met de bedoeling die te verhuren of verkopen aan gezinnen of alleenstaanden met beperkte middelen.

VWF verstrekt sociale hypotheekleningen aan gezinnen en alleenstaanden met beperkte middelen om een woning of appartement te kopen, te renoveren of te behouden. Verder koopt VWF langdurig leegstaande panden met als doel die te renoveren of te vervangen. Daarna worden deze panden terug verhuurd. Daarbij wordt bewust gekozen voor een kleinschalige aanpak met het oog op een duurzaam gebruik van ruimte en materiaal enerzijds en het tot stand brengen van een sociale mix anderzijds.

Nieuwe constructies of renovatiewerken waarvoor een stedenbouwkundige vergunning vereist is, moeten voldoen aan de meest recente toepasselijke epb-eisen.

Nuttige links

Toegang tot onderwijs

Vlaanderen heeft ongeveer 20.000 schoolgebouwen, waarvan meer dan de helft gebouwd werd vóór 1970 en meer dan een kwart werd gebouwd vóór 1950. Jarenlang werd er te weinig geïnvesteerd in de schoolgebouwen en bovendien is er een sterke groei in het aantal leerlingen. Deze factoren hebben ertoe geleid dat er een capaciteitstekort is en dat de schoolgebouwen sterk verouderd zijn en niet meer voldoen aan de huidige normen.

Daarom werkt de Vlaamse overheid onder andere samen met private partners om de achterstand in de schoolinfrastructuur weg te werken. De grootschalige inhaalbeweging werd via alternatieve financiering, beter bekend als PPS aangepakt. Dit DBFM-programma ‘Scholen van Morgen’ is een publiek-private samenwerking tussen AG Real Estate, BNP Paribas Fortis en de Vlaamse overheid via haar openbare entiteit School Invest.

De totale omvang van het DBFM-programma is 1,5 miljard € en bestaat uit:

182 710 000m² 133 000
Projecten Gebouwen Studenten

Alle nieuwe schoolgebouwen moeten voldoen aan de meest recente EPB-vereisten met betrekking tot scholen (werd zo vastgelegd in het decreet van 7 december 2007 met betrekking tot energieprestaties op scholen).

Op 23 mei 2008 startte de Vlaamse overheid eveneens het proefproject passieve scholen. Het proefproject voorziet het bouwen van scholen volgens de passiefhuisnorm in alle provincies en onderwijsnetten in Vlaanderen. Dit komt overeen met een totale constructie van 19 scholen of een oppervlakte van 65.565 m². Het project s is nog gedeeltelijk in aanbouw. 8 van deze passieve scholen maken deel uit van het DBFM-programma Scholen van Morgen.

 

Nuttige links

Preventie en bestrijding van verontreiniging (incl. circulaire economie)

Dit kunnen zowel projecten van Circulair Vlaanderen of Vlaio zijn.

Circulair Vlaanderen

Sinds 1 januari 2017 is Vlaanderen Circulair het knooppunt en de inspirator voor de circulaire economie in Vlaanderen. Het is een samenwerking tussen overheden, bedrijven, het maatschappelijk middenveld en de kenniswereld die samen actie ondernemen. Vlaanderen Circulair heeft sinds 2017 elk jaar twee projectoproepen gelanceerd om innovatieve en waardevolle circulaire economieprojecten te ondersteunen en zal dit in de toekomst blijven doen. Eén open call is voor de circulaire stad en het cirulair ondernemen en de andere is voor circulair aankopen.

Vlaio

Tegelijkertijd werden clusterinitiatieven gelanceerd in Vlaanderen. De clusters zijn vraag gestuurde innovatieplatforms voor het stimuleren van samenwerking tussen bedrijven en kenniscentra. Deze clusterorganisaties worden financieel ondersteund door het Vlaio (Vlaams Agentschap voor innovatie en ondernemerschap).

//