Uitvoering van de begroting 2017 - rapportering februari 2018

 

(In mio euro)           Begroting 2017 (1)

        Uitvoering 2017 HRF (2)

(2)-(1)         Uitvoering 2017 G KAS (3) (3)-(1)
Ontvangsten (+) 42.301,4 42.745,6 444,2 43.336,9 1.035,5
Uitgaven (-) 42.670,0 42.816,0 145,9 42.816,0 145,9
ESR Correcties (+) 371,0 432,0 61,0 432,0 61,0
ESR Vorderingensaldo                          2,4 361,7 359,3 952,9 950,6

 

Bij de begrotingsaanpassing van 2017 werd er uitgegaan van een beperkt overschot van 2,4 miljoen euro. Naar aanleiding van het uitvoeringsrapport van februari 2018 werd een saldo van 361,7 miljoen vastgesteld. In dit saldo worden de opcentiemen volgens de HRF-definitie berekend. Indien de opcentiemen volgens de definitie van de getransactionaliseerde kas (G KAS) worden berekend, bedraagt het saldo 952,9 miljoen. In beide gevallen wordt het begroot ESR vorderingensaldo ruim overschreden. In de grafische voorstelling (volgens HRF-definitie) blijkt dit uit de blauwe balkjes. De groene balkjes weerspiegelen een gunstig effect op het eindresultaat, de rode een ongunstig. Lees verder onder de grafiek voor een toelichting bij de belangrijkste verschillen tussen de begroting 2017 en de uitvoering ervan.

 

grafisch overzicht van de evolutie van het saldo bij begrotingsaanpassing 2017 naar de uitvoering 2017 (rapport feb 2018)Cijfers mio euro

 

Gewestbelastingen (+93,1 miljoen t.o.v. begroting 2017)
Hoofdzakelijk door :

- Erfbelasting inclusief fiscale regularisaties (+66,9 miljoen t.o.v. begroting 2017)
- Registratiebelastingen (+36,8 miljoen t.o.v. begroting 2017)
- Verkeersbelasting (-15,0 miljoen t.o.v. begroting 2017)

- Belasting op inverkeerstelling (+12,7 miljoen t.o.v. begroting 2017)

 

Opcentiemen (+103,3 miljoen t.o.v. begroting 2017, volgens HRF-definitie; +694,6 miljoen t.o.v. begroting 2017, volgens G KAS-definitie)

Andere ontvangsten (+247,8 miljoen t.o.v. begroting 2017)
Hoofdzakelijk door :

- De gerealiseerde ontvangsten van de DAB’s bedragen 28,1 miljoen minder dan begroot. Het Minafonds heeft hier het grootste aandeel in.
- De gerealiseerde ontvangsten van de rechtspersonen bedragen 298,9 miljoen meer dan begroot. Universiteiten & Hogescholen hebben hier het grootste aandeel in, alsook een reeks rechtspersonen die bij de begrotingsaanpassing 2017 geen afzonderlijke begroting hebben ingediend.
- Terugbetalingen van rente (-5,1 miljoen t.o.v. begroting 2016)

- Dividenden financiële instellingen (+7,4 miljoen t.o.v. begroting 2017)

- Verkeersboeten (-20,9 miljoen t.o.v. begroting 2017)

 

Uitgaven ( +145,9 miljoen t.o.v. begroting 2017 )
Hoofdzakelijk door :

- Bij de algemene uitgavenbegroting zijn er 545,0 miljoen minderuitgaven.
- Bij de DAB’s situeren de meeruitgaven ten opzichte van de begroting zich vooral bij het VIF ( +47,7 miljoen) en MINA (+4,7 miljoen). De overbenutting is grotendeels toe te schrijven aan de uitgaven op de VAK/VEK-buffer die in december 2017 herverdeeld werd en aan de boeking van te ontvangen facturen bij VIF.
- De uitgaven van de rechtspersonen liggen 44,9 miljoen onder het niveau van de begroting.[1]
- Bij begroting 2017 werd rekening gehouden met een onderbenutting van 690,7 miljoen (waarvan specifiek 111,9 miljoen euro voor de Universiteiten en Hogescholen)

 

ESR-correcties omwille van aanrekeningsmoment ( +10,2 miljoen t.o.v. begroting 2017) en ESR-correcties omwille van verstrengd toezicht (+124,5 miljoen t.o.v. begroting 2017)
Hoofdzakelijk door :

- Scholen van Morgen ( +115,9 miljoen t.o.v. begroting 2017)[1]

- Sluis Terneuzen (-13,6 miljoen t.o.v. begroting 2017)

- Financiering van de ziekenhuisinfrastructuur (A1/A3) ( +39,7 miljoen t.o.v. begroting 2017)
 

Correctie begrotingsdoelstelling ( -73,7 miljoen t.o.v. begroting 2017)

Wegens geen benutting van de uitgaven buiten begrotingsdoelstelling (-33,7 miljoen BAM en -40 miljoen A1/A3), valt in uitvoering deze correctie op het vorderingensaldo volledig weg.

 


[1]Ingevolge de wijzigingen aan de consolidatieperimeter in de loop van 2017 is de vergelijkbaarheid tussen de begroting 2017 en de uitvoering ervan bemoeilijkt. Voor meer details kan de bijlage blz 14 en 16 geraadpleegd worden.